HomeExpertiseAanbestedingsrechtCommissie/ Frankrijk arrest 2005, samenvattingPrint pagina

Hof van Justitie EG: Commissie vs Frankrijk
Uitspraak van Europese Hof van Justitie. (C 264/03, 20 oktober 2005)
Uitspraak
Op 20 oktober 2005 heeft het Hof van Justitie EG uitspraak gedaan in de zaak C 264/03, Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Franse Republiek. Hieronder een korte samenvatting van ICER.

Trefwoorden: Niet-nakoming - overheidsopdrachten - Richtlijn 92/50/EEG - procedure voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening - vrij verrichten van diensten - gedelegeerde opdrachtgeving - personen die gedelegeerde opdrachtgever kunnen zijn - limitatieve opsomming van personen naar Frans recht

Samenvatting van feiten, redenering en dictum
Deze zaak betreft Franse wetgeving die het mogelijk maakt om opdrachtgeverstaken met betrekking tot bouw- en infrastructuurwerken door middel van een overeenkomst te delegeren aan rechtspersonen naar Frans recht. Deze opdrachten voor opdrachtgeverstaken hoeven niet te worden aanbesteed. Het Hof oordeelt dat deze Franse wetgeving in strijd is met de Aanbestedingsrichtlijn voor diensten (92/50/EEG) en artikel 49 EG (vrij verkeer van diensten).

Het Hof onderzoekt of in deze zaak sprake is van een aanbestedingsplichtige opdracht. Hiertoe constateert het Hof allereerst dat sprake is van een schriftelijke overeenkomst. Ook is sprake van een bezwarende titel, nu de gedelegeerde opdrachtgever een vergoeding ontvangt. Uit een verdere analyse blijkt dat de overeenkomst niet alleen de overdracht van vertegenwoordigingsbevoegdheden omvat maar ook ondersteunende diensten van administratieve en technische aard (zoals de vaststelling van de technische voorwaarden voor de uitvoering van een bouwopdracht). Laatstbedoelde taken zijn dienstverrichtingen die zonder meer als een dienst in de zin van bijlage IA van de Aanbestedingsrichtlijn voor diensten zijn te kwalificeren en waarbij geen sprake is van overdracht van openbaar gezag. Ook met betrekking tot de vertegenwoordigingsbevoegdheden oordeelt het Hof dat geen openbaar gezag is overgedragen, omdat de gedelegeerde opdrachtgever onvoldoende zelfstandig handelt. Het Hof baseert deze conclusie op het feit dat de aanbestedende dienst hoofdverantwoordelijk is voor het resultaat, toestemming moet geven voor het handelen van de gedelegeerde en de werkzaamheden volledig financiert. Het enkele feit dat een dienst ter uitoefening van een vertegenwoordigende functie wordt verricht, sluit deze dienst dus niet uit van de werkingssfeer van de Aanbestedingsrichtlijn voor diensten.

In een eerder arrest (Scala van 12 juli 2001, zaak C-399/98) heeft het Hof uitgemaakt dat de aanbestedende dienst de desbetreffende opdracht moest aanbesteden of 'doen aanbesteden'. Het Hof geeft nu aan dat deze overweging in het Scala-arrest niet van toepassing is op de onderhavige zaak. In de Scala-zaak kon de aanbestedende dienst niet kiezen wie de aanbesteding zou mogen doen, doordat de wet de eigenaar van de grond had aangewezen als de enige partij die de aan te besteden werkzaamheden kon uitvoeren. In de onderhavige zaak laat de Franse wet de keuze voor de gedelegeerde opdrachtgever en de opdrachtnemer vrij.

Uitspraak
(bron: eur-lex.europa.eu)

Zaaknummer: C 264/03
Instantie: Arrest van het Hof (Derde Kamer)
Datum uitspraak: 20-10-2005
Vorm: arrest
Onderwerp: Niet-nakoming - Overheidsopdrachten - Richtlijn 92/50/EEG - Procedure voor plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening - Vrij verrichten van diensten - Gedelegeerde opdrachtgeving - Personen die gedelegeerde opdrachtgever kunnen zijn - Limitatieve opsomming van rechtspersonen naar Frans recht

Bron: Pianoo.nl

Kantoor Smit, Vastgoed- en bouwjuridische adviezen|Oude Baan 29-b|5242 HT Rosmalen|Tel: 073 - 523 01 75|Fax: 073 - 642 75 20